• Tekst
  • Boeken
  • Opdrachtgevers
  • contact
  • Archive
  • RSS
  • Stel een vraag

Stijn Jaspers

NMT constateert grote onderlinge verschillen

Vergoedingen verzekeraars bekend

Door: Stijn Jaspers
Verschenen in NT 22, 23 december 2011
©NT (Nederlands Tandartsenblad)

Het experiment vrije prijsvorming mondzorg staat voor de deur. De vier grootste zorgverzekeraars hebben hun beleid voor 2012 klaar. De NMT is op punten kritisch over het beleid dat deze verzekeraars in het kader van het experiment gaan voeren.

De verzekeraars Menzis, Achmea, CZ en UVIT zijn samen goed voor ongeveer 14 miljoen verzekerden. Dit betekent dat bijna 85 procent van alle Nederlanders een zorgverzekering heeft lopen bij een van deze verzekeraars. Zij zijn daarmee, naast de tandartsen en de verzekerden, een grote speler binnen het experiment vrije prijsvorming.

Prijslijst
Een van de belangrijkste opgaven voor de zorgverzekeraars in aanloop naar het experiment vrije prijsvorming, was het opstellen van een nieuwe lijst met maximale vergoedingen. Om daartoe te komen, heeft CZ de tarieven die bij de huidige UPT-codes horen, door middel van een conversiemodel omgezet naar de nieuwe prestatiebeschrijvingen. Hierdoor is volgens Hiske de Vries, zorginkoper Mondzorg bij CZ, per behandeling een gemiddelde prijs ontstaan waarmee kan worden gewerkt. “Wij waren benieuwd of onze lijst aansluit bij de tarieven die tandartsen voor zichzelf hebben vastgesteld”, aldus De Vries. “Daarom hebben wij voor de tien meest voorkomende behandelingen de markt geconsulteerd. Tandartsen die hun prijzen al hadden bepaald, hebben deze naar ons opgestuurd. Het blijkt dat, op enkele uitschieters na, hun prijzen dicht bij onze vergoedingen liggen.” Desondanks geeft De Vries aan te vrezen voor een stijging van de kosten voor mondzorg. Volgens haar is dit inherent aan vrije prijsvorming en het verschil van interpretatie dat kan ontstaan over de coderingen die in een prestatie moeten worden meegenomen en de manier waarop deze meetellen. “Hopelijk is mijn vrees onterecht. CZ ziet namelijk niet graag dat verzekerden, en dan vooral kwetsbare groepen zoals ouderen, jongeren en gezinnen met lage inkomens, geconfronteerd worden met bijbetalingen voor de door hen ontvangen mondzorg.”

Menzis en Achmea hebben eveneens op basis van een conversiemodel nieuwe maximale vergoedingen vastgesteld. Alexander Tolmeijer, vice-voorzitter van de NMT en praktiserend tandarts, zet vraagtekens bij de nieuwe vergoedingenlijsten van de zorgverzekeraars. “Ik constateer grote onderlinge verschillen. Dit wekt de indruk dat verzekeraars vooral kijken naar hun eigen kosten en baten en niet naar de echt marktconforme prijs en vergoeding die past bij het werk van de tandarts.”
 

Anke Bielderman, beleidscoördinator bij UVIT – dat bestaat uit Univé, VGZ, IZA en Trias en per 1 januari 2012 verder gaat onder de naam Coöperatie VGZ – zegt dat UVIT naar verwachting in maart 2012 een lijst met maximale vergoedingen kan presenteren. Deze zullen volgens haar echt marktconform zijn. De maximale vergoedingen worden namelijk niet alleen samengesteld uit de berekeningen van UVIT zelf. Ook de prijslijsten zoals tandartsen die per 1 januari hanteren èn de declaraties van januari en februari, worden meegenomen. Bielderman zegt over het inkoopbeleid in 2012 van UVIT dat het is geënt op het aangaan van een goede relatie met de tandarts. “Volgens mij wil het merendeel van de tandartsen, net als wij, betaalbare, toegankelijke en kwalitatief goede zorg. Een aantal tandartsen verpest het echter voor de hele sector. Zij zijn extreem duur of interpreteren de wet zeer ruim. Met het merendeel van de tandartsen willen we die groep tegengaan.” UVIT denkt dit onder meer te kunnen bereiken door tandartsen een voorbeeldovereenkomst te sturen en hen te vragen om met eigen ideeën te komen voor de invulling van de overeenkomst, zoals op het gebied van prijs, kwaliteit en innovatie.

Totdat de vergoedingenlijst is opgesteld, vergoedt UVIT tachtig procent van de tandartskosten voor haar verzekerden tot het maximum bedrag binnen de aanvullende verzekering is bereikt. Daarna wordt tachtig procent van het marktconforme tarief vergoed volgens de voorwaarden van de aanvullende verzekering.

Toetsbare kwaliteit
De tarieven die een tandarts in 2012 hanteert, kunnen hoger liggen dan de vergoeding van een verzekeraar. Het verschil in prijs zal een verzekerde zelf moet betalen. Dit zal ook gelden voor de mondzorg van patiënten jonger dan achttien jaar. Aangezien verzekeraars hun prijslijst hebben vastgesteld voor alle prestaties, kan het voorkomen dat een tandarts die een hoger tarief rekent voor een patiënt jonger dan achttien, dit verschil op de jongere of zijn ouders en of voogd, moet verhalen. Volgens de verzekeraars is het aan de tandartsen om dit te voorkomen door zich aan het door hen vastgestelde tarief te houden. Tolmeijer noemt dit ‘een flauw spelletje over de rug van de patiënt’. “Het is onredelijk om deze groep te confronteren met een eigen bijdrage. Ook al bedraagt deze misschien maar vijftig eurocent voor een gebitscontrole. Zorgverzekeraars moeten het marktconforme bedrag honderd procent vergoeden. En wat marktconform is, bepalen tandartsen zelf”, zegt Tolmeijer stellig.

Bielderman ziet uit naar het experiment en hoopt vooral dat de interactie met tandartsen zal toenemen. “Er liggen echt kansen om met alle betrokken partijen de mondzorg in Nederland op een nog hoger niveau te krijgen. Iets waar patiënten, verzekeraars en tandartsen bij gebaat zijn”, aldus de beleidscoördinator van UVIT.

Anda Geerdink, contractmanager Mondzorg bij Menzis, heeft eveneens vertrouwen in het experiment. Zij denkt dat alle betrokken partijen ‘veel van elkaar kunnen leren’. “Menzis staat positief tegenover vrije prijsvorming. Wij denken onder andere dat het experiment kan leiden tot een versnelling van de transparantie binnen de mondzorg voor wat de kwaliteit en prijs van tandheelkundige behandelingen betreft. Voor verzekerden is dit een positief effect”, aldus Geerdink.

De Vries is het met haar eens. Ook CZ ziet kansen als het gaat om meer transparantie van prijs en kwaliteit. “Ik vind het hierbij wel van groot belang dat de kwaliteit van de mondzorg toetsbaar wordt aan de hand van kwaliteitsindicatoren die zowel door verzekerden, tandartsen en zorgverzekeraars, gebruikt kunnen worden”, zegt De Vries. Zij hoopt daarom dat in het voorjaar van 2012 ook echt wordt gestart met de landelijke implementatie van zorginhoudelijke indicatoren en etalage-informatie voor de mondzorg. “Zodra deze kwaliteitsindicatoren er zijn, wordt het pas mogelijk om de kwaliteit van de mondzorg echt te beoordelen en zorgaanbieders met elkaar te vergelijken”, zegt De Vries.

Geerdink pleit ook voor een landelijke norm en juicht deze zelfs toe, maar benadrukt dat het “natuurlijk niet zo is dat de kwaliteit van de mondzorg op dit moment een groot mysterie is nu er nog geen landelijke indicatoren zijn. Er zijn ook nu al veel mogelijkheden om de kwaliteit inzichtelijk te maken. Zo biedt Menzis tandartsen de optie om de ‘Declaratieovereenkomst plus’ af te sluiten, waarbij enkele wensen van verzekerden op het gebied van kwaliteit al zijn ingebed. Denk hierbij onder andere aan de bereikbaarheid en openingstijden van een praktijk.”
Tolmeijer zegt eveneens voorstander te zijn van de komst van kwaliteitsindicatoren, maar vraagt zich af of zorgverzekeraars nog wel genoeg kennis in huis hebben om hier inhoudelijk over mee te praten. Volgens hem zijn het de tandartsen die de laatste en beslissende stem moeten hebben als het gaat om het definiëren van kwaliteit.

Dat er op dit moment nog geen landelijke indicatoren zijn, is ook de reden dat het experiment vrije prijsvorming wat manager Inkoop Mondzorg bij Achmea Karin Hoekstra betreft, nog best een jaartje had mogen worden uitgesteld. “Wij staan absoluut achter het experiment, maar beschouwen 2012 echt als een overgangsjaar waarin we met elkaar moeten gaan vaststellen wat we onder kwaliteit verstaan en tegen welke prijs dit wordt aangeboden. Ik hoop daarom eveneens op een snelle uitrol van het programma Zichtbare Zorg zodat de neuzen vanaf 2013 dezelfde kant opstaan”, aldus Hoekstra.

Premies
Verzekerden gaan in 2012 meer premie betalen voor een aanvullende tandartsverzekering. Dit blijkt uit de door de verzekeraars bekendgemaakte premies voor het komende jaar. Volgens de verzekeraars zijn de premieverhogingen van de tandartsverzekering toe te schrijven aan een volumestijging van de mondzorg en de daarbij behorende kosten. Verzekerden gaan volgens de verzekeraars vaker naar de tandarts en laten meer behandelingen uitvoeren. De kosten van de mondzorg nemen hierdoor toe. Tolmeijer neemt in zijn eigen praktijk geen trend waar dat de vraag naar mondzorg stijgt en noemt de uitleg van de verzekeraars ‘een licht verhaal’. “Daarnaast blijkt uit recent onderzoek door Vektis dat zorgverzekeraars jaarlijks zo’n 1,6 miljard euro aan premies van hun verzekerden innen, terwijl er maar 1,2 miljard aan tandartsenzorg wordt uitgekeerd.” Tolmeijer is niet de enige die de premiestijging met lede ogen aanziet. Ook minister Schippers van Volksgezondheid ‘betreurt de aanmerkelijke premieverhoging door de zorgverzekeraars’. Zij schrijft dit op 8 december in haar antwoord op Kamervragen van PVV-kamerlid Gerbrands over de stijging van de kosten voor de tandarts.

Innovatie
Het experiment vrije prijsvorming biedt tandartsen de ruimte om een extra vergoeding in het tarief te verwerken voor een innovatieve behandeling. Uit de rondgang langs de vier verzekeraars blijkt dat deze vergoeding voor rekening van de patiënt zal komen. Zo geeft De Vries aan dat er bij een innovatie aantoonbaar sprake moet zijn van doelmatige zorg die tevens wetenschappelijk onderbouwd is. Zolang dit niet is aangetoond, zal CZ geen extra vergoeding betalen. Hoekstra is het hiermee eens. “Op dit moment biedt ook Achmea hiervoor geen extra vergoeding. Natuurlijk staan we achter innovaties, maar deze zijn nu niet voldoende meetbaar”, legt ze uit.

Hoekstra hoopt dat het experiment zal leiden tot meer gecontracteerde mondzorg. “Als het aan mij ligt, hebben we eind 2014 met veel tandartsen een contract afgesloten. Ik weet dat tandartsen daar niet om staan te springen, maar volgens mij is die weerstand onterecht. Achmea wil namelijk helemaal niet op de stoel van de tandarts gaan zitten of hen uitknijpen. Daar hoeft de beroepsgroep niet bang voor te zijn. Het uiteindelijke doel is kwalitatief hoogstaande mondzorg tegen een goede prijs voor verzekerden.” Hoekstra zegt dat Achmea nadenkt over drie verschillende overeenkomsten waaronder één waarbij tandartsen een hoger tarief krijgen voor hun prestaties, maar waarbij de verzekeraar wel bepaalde eisen aan de kwaliteit zal stellen. Deze aanpak is vergelijkbaar met de contracten voor fysiotherapeuten die Achmea sinds enkele jaren afsluit. Fysiotherapeuten die volgens de verzekeraar net een stapje verder gaan, krijgen het predicaat ‘PlusPraktijk’ waarbij de fysiotherapeut een hogere vergoeding krijgt.

Tolmeijer wijst een dergelijke overeenkomst niet op voorhand af, maar laat duidelijk weten dat ‘de inhoud van de contracten uiteindelijk bepalend zal zijn of tandartsen deze willen ondertekenen’. En zo lijken alle partijen het eerste jaar van het experiment vrij prijsvorming in te gaan: rustig kijken wat de ander doet en vooral nog niet teveel weggeven.

    • #mondzorg
    • #NMT
    • #NT
    • #Achmea
    • #CZ
    • #Menzis
    • #tandarts
    • #UVIT
  • 1 year ago
  • 18
  • Permalink
  • Share
    Tweet

18 Notes/ Hide

  1. stijnjaspers posted this
← Previous • Next →

Ik ben sociaal

  • @stijnjaspers on Twitter
  • My Skype Info
  • Linkedin Profile

Twitter

loading tweets…

  • RSS
  • Random
  • Archive
  • Stel een vraag
  • Mobile

Effector Theme by Carlo Franco.

Powered by Tumblr